F

Over ons

Al meer dan 400 jaar wordt er door de familie Warmerdam kaas en boter gemaakt. De eerste Warmerdam was Cornelis Janszoon. Hij boerde rond 1600, aan de Warmerdam, de dam tussen Warmond en Sassenheim. Hij maakte al boter en kaas.

Theo Warmerdam de Sophiahoeve

Kaasmakers sinds 1600

We hebben de stamboom uitgeplozen. En daaruit blijkt dat Theo op de Sophiahoeve inmiddels als 12e generatie Warmerdam het beroep van kaas- en botermaken uitoefent.

En we sluiten trouwens niet uit dat ook Cornelis Janszoon het beroep al van zijn vader heeft geleerd. De kaasmarkt in Leiden begon immers al in 1303. Er werden toen alleen nog geen achternamen gebruikt.

Warmerdam stamboom

De Sophiahoeve kreeg het team van Binnenstebuiten op bezoek. Ze keken mee bij het maken van roomboter, karnemelk en BoerenLeidse-met-Sleutels en brachten een bezoek aan onze Blaarkopdames.

Daarna maakte Nadia yufka-rolletjes met bietjes en BoerenLeidse, en een groene salade met karnemelkdressing. Erg lekker!



De Sophiahoeve

Sinds 1923 aan de Wasbeeklaan

De huidige boerderij, de Sophiahoeve, stamt uit de 20-er jaren van de vorige eeuw en werd gebouwd door Jan Warmerdam, de grootvader van de huidige generatie. Hij kwam van boerderij De Bult aan de Jacoba van Beierenweg in Voorhout, waar de familie vanaf 1850 heeft geboerd. Jan bouwde en betrok in 1923 een nieuw bedrijf aan de Wasbeeklaan in Warmond.

Van grupstal naar moderne loopstal

Oorspronkelijk stonden de koeien in de grupstal achter de boerderij. In 2009 werd een moderne loopstal met ligboxen in gebruik genomen in de Hemmeerpolder.



Sophiahoeve blaarkoppen in de Henmeerpolder

Een lange historie

Jan Warmerdam betrok een stuk grond van de boerderij naast ons, die al uit 1741 stamt. Zolang wordt er al geboerd op onze huidige locatie. Het was een veelzijdig bedrijf met bollenteelt aan de voorzijde, op de drogere zandgronden, en een melkveebedrijf met Blaarkoppen op de weilanden in de lager gelegen polders aan de oost- en zuidzijde.

Traditioneel produceerde het bedrijf bloemen, bollen, melk, kaas, boter, karnemelk, eieren en vlees. De mest die niet voor de eigen weilanden nodig was, werd gebruikt om de armere zandgronden in de omgeving, te bemesten.

Zuivelproductie

Ook toen werd roomboter gemaakt, en Boeren-Leidse kaas uit de afgeroomde melk. De boter die op de boerderij zelf werd geproduceerd was van oudsher een extra bron van inkomsten. En bovendien werd een reis naar de fabriek uitgespaard.

Destijds was de zuivelfabriek eigenlijk een boterfabriek: de aangeleverde melk werd ontroomd, uit de room werd boter gemaakt en de ondermelk werd teruggeleverd aan de boeren. Die gebruikten dat weer als voer voor kalveren en varkens.